Niemandskinderen

In de afgelopen jaren stuitte ik op het boek van Carolien Roodvoets, ‘Niemandskinderen’. Dit boek is geschreven voor en over volwassenen die worstelen met de last en de gevolgen die een onveilige jeugd met zich meebracht. Ik ben zelden een beter boek tegengekomen die een dergelijk onderwerp op deze manier heeft beschreven.

Kinderen die opgroeien in een privé-oorlogsgebied durven hun eigen dagelijkse, beroerde situatie meestal ook niet onder ogen te zien. Ze hebben de illusie van liefde nodig om bestaansrecht te voelen.’.
Ouderliefde is niet vanzelfsprekend, hoe graag je dit ook zou willen geloven. Ouders van niemandskinderen groeiden vaak zelf ook op in onveiligheid, ook zij komen ergens vandaan. Opgroeien in onveiligheid betekent dat je probeert te overleven. Kinderen vinden hiervoor hun eigen overlevingsstrategieën. Het ene kind duikt in een eigen belevingswereld, het andere kind wordt dwars en opstandig. Maar vrijwel alle kinderen die opgroeien in onveiligheid voelen zich machteloos, angstig, onbestemd en eenzaam. Als je nooit jezelf kunt zijn, kun je ook niet ontwikkelen tot degene die je in de kern wel bent. Als kind ben je niet verantwoordelijk voor wat jou is aangedaan, maar als volwassene is het wel aan jou om op een goede manier om te gaan met jeugdtrauma’s. Om de banden uit het verleden te verbreken. Om de ketting te stoppen. Ik heb die keuze gemaakt. Ik wil niet dat mijn eigen kinderen struikelen over de stenen die ik heb achtergelaten.

Maar hoe doe je dat? Waar begin je? Hoe breek je met vastgeroeste patronen uit een pijnlijk en ingewikkeld verleden? Trauma’s verdwijnen niet door ze te negeren, te bedekken en verborgen te houden. Ze worden kleiner als ze onder woorden gebracht mogen worden en verteld worden. Dan komt er ruimte en verbinding, daar word je weer mens van. Dat is kwetsbaar, maar daardoor breek je wel met de schaamte die ermee gepaard gaat.

Niemandskinderen hebben losse flarden, aan elkaar geplakte, schots en scheef gerangschikte fragmenten van een dramatisch verleden met elkaar verbonden, maar zonder enig verband….. Wat moeten ze toch met zo’n verhaal, dat nog geen verhaal is? Ze moeten er alsnog een verhaal van gaan maken.’.

Door taal en communicatie interpreteren we de werkelijkheid om ons heen en kunnen we aan gebeurtenissen betekenis geven. Door taal kunnen we dus ook de wereld om ons heen ordenen, kunnen we soms beter grip krijgen op de omstandigheden; hoe chaotischer, onbegrijpelijker het leven is, des te meer behoefte hebben we eraan ons uit te drukken en des te belangrijker wordt het vertellen.’.

Op mijn tiende maakte ik al de start met het schrijven van een boek. Een boek over mijn leven. Ik had op die leeftijd al genoeg stof om over te schrijven. Ik wist toen nog niets van de intense jaren die daarna nog zouden volgen. Inmiddels kan ik met gemak nog wel vijf boeken over mijn leven schrijven. Ik heb altijd de behoefte gekend om te schrijven. Wat ik in het boek Niemandskinderen las, omschreef precies mijn intense gevoel waarom ik wil vertellen en schrijven. Ik begrijp de wereld om me heen en mezelf daadwerkelijk beter door taal. Door de chaos en heftigheid heen. Omdat taal voor mij ruimte biedt aan eigenheid en echtheid. En daardoor geeft het vrijheid.

Inmiddels heb ik de losse flarden van mijn eigen dramatische verleden aan elkaar geschreven tot een eenheid, dit werd mijn autobiografie. Verteld vanuit mijn eigen kwetsbaarheid, rauwheid en eerlijkheid. Begrepen door de inzichten die ik kreeg en doorleefde. Ik heb betekenis aan gebeurtenissen kunnen geven door deze onder woorden te brengen met woorden. Het heeft ervoor gezorgd dat ik mezelf weer heb teruggevonden. Niet alleen mijn verhaal is nu een eenheid, ik ben het nu zelf ook. Ik was een Niemandskind. Maar het stopt bij mij. Ik heb een privé-oorlog overleefd, ik weet hoe de donkere kant van het leven eruit ziet. Maar ik ben er niet langer bang voor.

Het kan zijn dat je jezelf in mij of in mijn gedachtewereld herkent. Misschien ervaar je zelf ook wel de gevolgen van trauma’s en heb je daar nog vaak last van. Ik hoop dat mijn verhaal een inspiratie voor je mag zijn om jouw eigen privé-oorlog in de ogen te kijken. Misschien werk je in de hulpverlening of bij jeugdzorg. Ook dan kan mijn verhaal interessant zijn, het geeft een diepe inkijk in de belevingswereld van een kind, een tiener en een volwassen vrouw, die te maken kreeg met veel problemen die je tegenkomt in disfunctionele gezinnen. Het kan ook zijn dat ik je gewoon nieuwsgierig maak, of dat je benieuwd bent naar de manier waarop ik naar het leven kijk. Misschien wil je me beter leren kennen, omdat je al delen van mijn leven hebt meegekregen. Het kan ook zijn dat je dit allemaal niks vindt, dat is ook goed. Wie je bent maakt waar je je toe aangetrokken voelt.

 

4 reacties op “Niemandskinderen”

    1. Hoi Patricia,

      Niemandskinderen is een confronterend boek, maar het gaf mij vooral veel adem om eindelijk een boek te lezen dat omschreef wat ik zelf voelde en ervaarde en wat de oorsprong daarvan was. Het leest goed en duidelijk. Het geeft ook de boodschap dat je eruit kunt komen en wat daar voor nodig is. Het begint met de keuzes die je daar zelf in maakt. Hoe heftig en behapbaar het voor jou of voor iemand is om te lezen, dat kan ik niet bepalen. Voor mij was het ondanks de confrontaties juist ook een houvast in een lange zoektocht terug naar mezelf.

      Anne

  1. Ja Anne, ik wil je beter leren kennen omdat ik flarden van je leven heb meegekregen. Wat schrijf je ‘pakkend’. Ik lees graag verder met je mee

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *